De ziektemakers

door
Jörg Blech
Vertaald uit het Duits door Hans Driessen

boekbespreking door Mira de Vries

Blech bagatelliseert niet serieuze ziektes, noch ontkent hij de waarde van effectieve behandelingen. Waar het hem om gaat is het medicaliseren van het alledaagse leven en het behandelen van gezonde mensen. Onder de non-ziekten noemt hij haaruitval, verlegenheid, de met de leeftijd verandering van de botten, hoge cholesterol metingen, hoge bloeddruk metingen, lage seksuele opwinding, prikkelbare darmen, lelijkheid, zwangerschap, geboorte, jetlag, verdriet, kater, het naar binnen gedraaid zijn van babyvoetjes, kinderdrukte, angst, overgang, het verminderen van het mannelijke hormoon met de leeftijd, afwijkende genen en uiteindelijk, sterven. (Hij noemt hierbij niet HIV-AIDS omdat hij er zelf nog in gelooft, en ook vage, onidentificeerbare aandoeningen waar massaal NSAID's en protonpompremmers voor worden voorgeschreven noemt hij niet.)

De behandelingen voor deze niet-bestaande ziektes doen enorm veel schade aan de gezondheid van de mensen die hen ondergaan en verknoeien fondsen die voor andere zaken hard nodig zijn. De farmaco-medische industrie dringt ons hun producten op met rond de 5,500 artikelen die dagelijks verschijnen in meer dan 25,000 medische vakbladen in de wereld, niet navolgbare mega-onderzoeken, gemanipuleerde onderzoeksresultaten, eindeloos veel pers berichten die door journalisten klakkeloos worden overgenomen, opleiding en bijscholing van artsen, het schrijven van medische richtlijnen, het inhuren van hoogleren om lezingen te geven over hun producten, neponderzoek waarin artsen circa €€100 worden betaald voor iedere aangeleverde patiënt, artsen lekker maken met z.g. bijscholingscursussen die verkapte gratis vakanties zijn, artsen €€50 betalen om de artsenbezoeker te ontvangen, campagnes om aandoeningen onder de aandacht van het publiek te brengen, beroemde mensen (in de VS) betalen om in het openbaar over hun kwalen te verhalen en het sponsoren van patiëntenorganisaties, om enkele voorbeelden te noemen.

Blech wijst erop dat niet alleen patiënten slachtoffer zijn van deze praktijken, maar ook artsen, die steeds meer verwacht worden om maatschappelijk i.p.v. medische problemen op te lossen.

Blech stelt vijf maatregelen voor om paal en perk te stellen aan deze praktijken: een extra instelling voor overheidstoezicht, een door de farmaceuten gefinancierde fonds voor onafhankelijk onderzoek, onafhankelijke medische opleidingen, een door artsen opgestelde ethische code en het baseren van geneeskunde op de wetenschap. Het probleem met deze voorstellen is dat zij allemaal al volop geprobeerd zijn en gefaald hebben. Blech had beter het omgekeerde kunnen voorstellen: alle overheidstoezicht en regulering, en mede de pretenties van onafhankelijkheid en wetenschap, op te heffen. Dan weet de patiënt in ieder geval eerlijk waar hij aan toe is.

Het korte nawoord Ivan Wolffers, die zoveel voortreffelijke boeken heft geschreven over de twijfelachtige praktijken van farmaceuten en de medicalisering van het dagelijks leven, is teleurstellend. Plotseling tracht hij de boodschap af te zwakken. Hij heeft gelijk dat in Nederland het net iets minder erg gesteld is met deze zaken dan in Duitsland of de VS, maar toch slikken miljoenen mensen in Nederland onnodige en schadelijke pillen. Wolffers schrijft: De mens probeert woorden te vinden om over gezondheid en ziekte te communiceren. Het medisch jargon zoals vastgelegd in internationale medische woordenboeken, bevat meer termen dan elke andere taal. … Hoe minder begrip men van iets heeft, des te meer woorden men ervoor verzint. Sinds wanneer worden medische woordenboeken geschreven door de mens” en “men”? Ze worden geschreven door artsen en medische onderzoekers die hun beroepen te danken hebben aan de farmaco-medische industrie, zoals hijzelf zo goed uitlegt in zijn boek Duurwoorderij en geheimtaal (1982). Wolffers suggereert dat het betoog van Blech vergelijkbaar is met een complottheorie, en hij tracht de aandacht te verschuiven naar de kloof tussen rijken en armen in de wereld, terwijl medicalisering een plaag is die, zoals Blech illustreert, juist de rijke industrielanden het zwaarst treft. Zou het kunnen zijn dat de recente prostaatkanker van Wolffers, een persoonlijk drama waar hij openhartig over vertelt en schrijft, bij hem een maatschappelijke verplichting heeft geschapen tegenover de farmaceuten?